Welkom!

Dit is de website van Kees Blokland. Kijk rond en geef een reactie.

Welcome,
This is the website of Kees Blokland. Have a look around and give a reaction.

Essay 5 : Partnership in goede en slechte tijden

Essay 5 :Partnership in goede en slechte tijden

Bedrijven die samenwerken sluiten vaak een contract waarin de afspraken voor hun samenwerking staan. Maar als de nood aan de man is, komt het ook aan op vertrouwen in elkaar en wederzijds begrip.

Bedrijven leggen afspraken graag vast, maar moeten ook oog hebben voor de meerwaarde van hun partnership.

Een partnership is een samenwerkingsverband dat dateert uit de tijd van nog vóór de Romeinen. Het is vermoedelijk de oudste vorm van samenwerking buiten het familieverband. Een partnership spruit voort uit de wens om samen iets te bereiken. Dat is dan vervolgens in de praktijk op verschillende manieren vorm gegeven, maar er zijn wel een aantal algemene kenmerken te noemen. Ik heb daarvoor gebruik gemaakt van suggesties van Steven Schuit, hoogleraar Corporate Governance and Responsibility aan de Universiteit van Nijenrode uit een dialoog over de betekenis van partnership. Er is sprake van:

  1. twee of meer partijen / personen;
  2. een stabiele relatie voor een langere termijn;
  3. aandacht,  zorgplicht, respect voor elkaars belang;
  4. gemeenschappelijk handelen op een afgesproken gebied;
  5. kosten en baten voor beide (of alle) partijen;
  6. een verbod op ‘concurrerend’ handelen, tenzij (deels) anders afgesproken;
  7. de mogelijkheid tot ontbinding (exit).

Partnership heeft ook betekenis gekregen als eigenschap  van een samenwerkingsverband, van een contractuele relatie enzovoorts. In die betekenis wordt het begrip partnership ook wel gebruikt om kleuring en inhoud te geven aan een zakelijke overeenkomst.

Zakelijke dienstverlening

In de zakelijke dienstverlening, zoals verhuizen, beveiligen, catering, schoonmaken of uitzenden, zien we dat uitbesteding van taken vaak de vorm krijgt van een contract tussen een opdrachtgever en een opdrachtnemer, die dan tevens werkgever is van de dienstverlenende personeelsleden. Voor een bepaalde (en soms ook onbepaalde) termijn worden contractuele afspraken gemaakt over omvang en kwaliteit van dienstverlening, prijs per eenheid, controles, metingen, boetes en bonussen, termijnen, tussentijds overlegpatroon en wat al niet meer. 

De laatste jaren zie je steeds vaker dat de te leveren kwaliteit wordt gedefinieerd in termen van Key Performance Indicators (KPI’s). Die worden met regelmaat gerapporteerd en vormen de basis van beoordeling, evaluatie en variabele beloning en / of boete. 

Mede dankzij de verregaande juridisering van de zakelijke dienstverleningsmarkt is te zien dat bij aanbesteding (overheid) en contractsuitgave (bedrijfsleven) steeds bindender en strakker wordt gedefinieerd waaraan de contracten moeten voldoen.

Hoe krijg je als hotel gedaan dat de schoonmakers willen inspringen als er plotseling veel zieken zijn in de spoelkeuken? Hoe zorg je dat de verhuizer bij het contact met een ontredderde vrouw-des-huizes meer doet dan zijn checklist afwerken?

Tegelijkertijd is het voor het realiseren van toegevoegde waarde in deze dienstverlening heel erg nodig dat de contractuele relatie wordt ingevuld in een sfeer van partnership, die aanzienlijk verder gaat dan het wederzijds exploiteren van een kale ruilrelatie. Hoe krijg je als hotel gedaan dat de schoonmakers willen inspringen als er plotseling veel zieken zijn in de spoelkeuken? Hoe bevorder je dat de ingehuurde beveiliger bij Schiphol de reiziger bij de bagagecontrole met een welwillende variant van bejegening toespreekt?

Hoe krijg je gedaan dat de cateringmedewerker bij een spontaan georganiseerde borrel rond een verworven grote order uit zichzelf prosecco en een feestelijke aankleding ritselt? Hoe zorg je dat de verhuizer bij het contact met een ontredderde vrouw-des-huizes meer doet dan zijn checklist afwerken? 

Dan helpt het ongetwijfeld als de verantwoordelijke inkoper en verkoper oog hebben gehad voor de meerwaarde van het partnership toen ze afspraken maakten. En nog meer dat ze bewust ruimte hebben geschapen in het day-to-day contractmanagement om op basis van wederzijds respect en begrip voor elkaars belang op onvoorziene situaties samen creatief in te springen. 

Partnership in slechte tijden

Bovenstaande is al een uitdaging in goede tijden. Maar als partners trouwen, beloven ze elkaar trouw en steun in goede én slechte tijden. En die slechte tijden komen in veel huwelijken wel een keer voorbij. Op dat moment tellen de regels van de burgerlijke stand, met een ‘ja’ bekrachtigd, toch minder dan de ondefinieerbare band en het ongrijpbare vertrouwen die gegroeid kunnen zijn in een partnership van hoofd, hart en handen.

Bij zakelijke dienstverleningsovereenkomsten zijn er doorgaans ook wel eens slechte momenten, waarin de relatie getest wordt. Maar in de huidige coronatijd is het echt volop raak! 

In slechte tijden van een huwelijk tellen de regels van de burgerlijke tand toch minder dan de band en het vertrouwen die gegroeid zijn in een partnership van hoofd, hart en handen

Een groot aantal organisaties verkeert in ernstige onzekerheid, en over een breed front verkeren bedrijven in existentiële nood. En in nood leer je je vrienden kennen. Welnu, dan zie je in de werkelijkheid ook zeer verschillende reacties. 

In het oog springt de kortzichtigheid van bedrijven en organisaties die hard en rücksichtslos snijden in hun inkoop en hun contracten, eenzijdig tarieven afschalen zonder overbruggingsafspraken, betaling eenzijdig uitstellen, overeenkomsten zonder overleg opzeggen, enzovoorts. Gelukkig zie je ook organisaties die in de uitbestedingsketen zorgvuldig handelen, in overleg treden met hun zakenpartners over oplossingen, creativiteit en gezamenlijk meedenken. 

Onder meer winkelketen Action haalde zich de woede van veel mensen op de hals toen de leiding bij het begin van de coronacrisis eenzijdig aankondigde leveranciers in het vervolg pas binnen negentig dagen te betalen, in plaats van binnen zestig.

Vertrouwen

In deze barre tijd komt het voor dienstverleners aan op de kwaliteit van de diverse partnerships. Ze ontlenen weinig steun aan de teksten in de contracten en al helemaal niets aan de afgesproken KPI’s.

In zijn boek Moreel kapitaal, de verbindingskracht van de samenleving uit 2009 schetst Roel Kuiper, hoogleraar Christelijke Identiteit aan de Theologische Universiteit Kampen, dat in onze moderne postliberale wereld vertrouwen is weg georganiseerd. Processen van wederkerigheid, waarin vertrouwen groeit tussen mensen, hebben we laten overnemen door de overheid  met regelgeving) of door de markt (met contractuele relaties). 

‘We hebben vertrouwen als “trust” helemaal opgesloten in de privésfeer en laten verslonzen’, aldus Kuiper. Hij roept op om de verbanden waarin moreel kapitaal wordt overgedragen te versterken, om de plekken waar mensen voor elkaar zorgen en er voor anderen zijn te koesteren. 

In deze barre tijd komt het voor dienstverleners aan op de kwaliteit van de diverse partnerships. Ze ontlenen weinig steun aan de teksten in de contracten en al helemaal niets aan de afgesproken KPI’s

Nu, in de coronacrisis zien we dat er spontane acties zijn waarin de ‘helden’ , de doktoren, de verpleegkundigen, de schoonmakers, de agenten, de treinmachinisten, al de werkers die het land draaiend houden, worden toegezongen en applaus krijgen. Zij krijgen nu brede maatschappelijke waardering, en waarom? Omdat ze uit zichzelf de zorg voor anderen als  primair belang zijn gaan zien, omdat er in hun werkverbanden een appel is gedaan op morele waarden, omdat collegialiteit en de zorg voor hun cliënten, het gevoel van partnership,  in het moment sterker werkten dan de regels uit hun cao of arbeidsovereenkomst. 

Oude waarden als vakmanschap, beroepseer, roeping en naastenliefde blijken gelukkig nog voldoende aanwezig te zijn bij veel mensen nu de nood aan de man is. Maar ik geloof niet dat de marktmechanismen van onze post-liberale maatschappij hieraan iets hebben bijgedragen.

Partnership als opgave

Als we teruggaan naar de elementen van partnership uit de inleiding, dan volgen daaruit de aanbevelingen aan organisaties en aan mensen, om gezamenlijk beter uit deze crisis te komen :

  1. zoek de ander op ( kan ook digitaal) , bespreek wat je idee , voorstel, beslissing is, schep geen voldongen feiten zonder overleg
  2. denk voorbij vandaag, in de toekomst heb je elkaar weer nodig
  3. denk je in in je (zaken)partner, denk mee, zorg voor elkaar
  4. denk aan continuïteit, kijk over de heg, borg professionaliteit, kwaliteit en veiligheid voor de toekomst
  5. meer dan geven en nemen, zoek optimalisaties voor beide partijen, gezamenlijk en apart, maak scenario’s, laat het niet op je af komen
  6. houd je aan afspraken, pas toe of leg uit
  7. werk zonodig beheerste ( “gemanagede”) exit uit, denk aan overgangsmaatregelen  (zie onder c)

Bij dit alles passen geen gedetailleerde regeltjes. Althans: die gaan niet werken. Het gaat om de principes die ten grondslag liggen aan het ‘contrat social’, het maatschappelijk verdrag, zoals ooit door Jean-Jacques Rousseau geïntroduceerd in zijn boek Du Contrat Social, ou Principes du Droit Politique uit 1762.

Oude waarden als vakmanschap, beroepseer, roeping en naastenliefde blijken gelukkig nog voldoende aanwezig bij veel mensen. Maar ik geloof niet dat de marktmechanismen van onze post-liberale maatschappij hieraan iets hebben bijgedragen

Met dit verdrag kan de mens zijn krachten verenigen met die van anderen en moet in zijn handelen de behoeftes van de samenleving zich eigen maken: ‘Wat  goed is voor de samenleving is daarmee goed voor mij’. Deze principes en  dit morele appèl moeten mijns inziens uitgangspunt zijn bij het zakelijk handelen op macro-, meso- en microniveau. 

We zien dat er op veel plaatsen helden zijn opgestaan, vaak op individueel microniveau. Laten onze leiders van organisaties, bedrijven en overheden dit goede voorbeeld overnemen en juist in deze coronacrisis denken en handelen vanuit verantwoordelijkheid voor van hen afhankelijke mensen en organisaties: partnership in goede en slechte tijden.

Tags: , ,

Beelden uit Giethoorn, Images from Giethoorn

De presentatie van de bundel gedichten en tekeningen “Beelden uit Giethoorn” op 21 maart is vanwege de Coronacrisis voor onbepaalde tijd uitgesteld. De bundel van Kees Blokland en Famke Hajonides is al wel verkrijgbaar ad 15 E bij de locale boekhandels in Giethoorn en kan besteld worden bij de uitgever Cees Duine : ceesduine.uitgever@hetnet.nl

Tags: , , , , , ,

essay 4 : principes of regels

Essay 4 werken we op basis van principes of regels?
Netjes de opgestelde regels volgen is vaak gemakkelijker dan kijken naar de achterliggende principes van die regels. Maar dat laatste levert ook vaak meer inzicht op.

Onlangs werd in de Commissie Normstelling, die gaat over de erkenning van goede doelen-organisaties in Nederland, door professor Hans Gortemaker een lans gebroken voor de benadering “principle based” , in plaats van “rule based”. Dat heeft me aan het denken gezet.
De discussie over werken op basis van regels of op basis van principes neemt volgens mij toe. De roep om minder regels wordt meestal sterk ondersteund door de wens om te werken op basis van meer algemene waarden, principes en afspraken, zodat er ruimte is voor een gewogen interpretatie.
Oorspronkelijk komt deze discussie uit de wereld van de accountancy, waar er een redelijk fundamenteel verschil van aanpak is tussen de Amerikaanse en Angelsaksische praktijk enerzijds en de Europese praktijk anderzijds. In extremis wordt dit geïllustreerd in de Enron-zaak. Management en accountants hielden heel lang vol dat voldaan werd aan alle regels, terwijl voor betrokkenen al lang helder was, of in elk geval had moeten zijn, dat er iets fundamenteel niet deugde.
De vraag kan gesteld worden waar een accountant meer zuiverheid aan kan ontlenen: het checken van de bestaande regels en afvinken van de vragen of het gewetensvol wegen van de grondprincipes in hun praktische uitwerking op de casus. Deze stammenstrijd is, naar ik begrijp, nog steeds aan de gang. Maar aan deze kant van de Noordzee lijkt er een voorkeur en een praktijk te zijn gegroeid die een zwaar accent legt op het zorgvuldig toetsen van principes.
Anderzijds zal er ook bij een principle based benadering altijd behoefte zijn aan duidelijkheid en helderheid, en daarbij kunnen regels en normen die meetbaar en eenvoudig toetsbaar zijn zeker bij helpen. In het onderstaande laat ik dit thema, of anders dilemma, los op een aantal andere werkelijkheidsgebieden.

1) De opleiding tot predikant
In het Doopsgezind Seminarium, verbonden aan de VU, is een curriculum vastgesteld waarin een diversiteit aan vakken verplicht gesteld is als basis voor de Mastertitel. Daarbij zijn er vakken die als basis dienen voor het proponentschap, op grond waarvan iemand beroepen kan worden als predikant van een gemeente. Denk aan vakken als predikkunde (chiquer gezegd: homiletiek), bijbelse theologie, filosofie, systematische theologie, enzovoorts.
Deze eisen zijn vertaald in studiepunten per vak, verplichte werkgroepen, exameneisen, eindtermen en assessments, in steeds meer detail in de loop der jaren. Uit het oogpunt van kwaliteitsbewaking is het ook goed dat hier de hand aan wordt gehouden.
Tegelijkertijd zien we een enorme ontwikkeling en verandering in de praktijk van de levende gemeenten. We zien een leegloop van de traditionele kerken, tal van experimenten met liturgie, verbreding naar zingevingsvraagstukken, het ontstaan van ‘Theopoetics’, en baanbrekende veranderingen in het publiek discours over de grenzen van vrijzinnige theologie.
We willen nog steeds dat de academische opleiding mensen kwalificeert voor het prachtige beroep van predikant, maar alleen vasthouden aan de regeltjes van de bestaande vakken is daarvoor onvoldoende. We moeten terug naar de vraag wat er nodig is om aan de universitaire norm te voldoen en wat er nodig is om aan de eisen van de praktijk te voldoen.
Als theologie over twintig jaar nog relevant wil zijn moet ze mijns inziens bereid zijn fundamenteel naar de principes te kijken, met een contextuele bril, en met respect voor de traditie. En respect voor de traditie is nu juist niet alles letterlijk nemen wat ooit is opgeschreven, vastgelegd, geloofd en voorgeschreven, maar ernstig onderzoek doen naar wat de onderliggende grondprincipes zijn.

2) De Code Verantwoordelijk Marktgedrag
De Code Verantwoordelijk Marktgedrag richt zich op het beïnvloeden van partijen in de markt van facilitaire dienstverlening aan de ‘voorkant’, zodat er beter sociaal beleid voor de uitvoerende medewerkers aan de ‘achterkant’ mogelijk is. Daartoe hebben zich 1430 opdrachtgevers, opdrachtnemers, intermediairs en vakverenigingen verenigd en de principes uitgeschreven in een Code Verantwoordelijk Marktgedrag.
In de Code hebben we ons vastgelegd op een aantal leidende principes en doen we een sterk moreel appèl op de marktpartijen. Tegelijkertijd is er vanaf het begin ook een behoefte aan enkele duidelijke toetsbare regels.
Die regels hebben in elk geval beperkingen: de Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet er op toe dat er door de aanbieders in de markt geen afgestemd gedrag wordt gepraktiseerd. Gemeenschappelijke productiviteitsnormen zijn dus uit den boze, want dan zondigen we tegen het mededingingsrecht.
Maar soms is het best prettig om een heldere norm mee te geven. Zo stellen we in de Code dat een opdrachtgever op zijn minst één keer per jaar in gesprek moet gaan met de uitvoerende medewerkers, die ‘achter de knip’ in uitbesteding voor hem werken, om zich er in persoonlijk contact van te vergewissen hoe er met hen wordt omgegaan en hoe zij de werkomstandigheden beleven.
Vanuit de praktijkmensen is er steeds een roep om meer concrete normen. Tegelijkertijd proberen we vanuit het bestuur om de onderliggende principes, die van morele aard zijn, niet te laten ondersneeuwen.

3) Hoechst Vlissingen
In 1994 pleegde een medewerker van het chemische bedrijf Hoechst Vlissingen (een bedrijf met toen zo’n duizend medewerkers) suïcide, nadat hij beschuldigd was van het ontvreemden van geld uit de kas van de beveiliging. Hij was op staande voet ontslagen, in verwarring thuis aangekomen en opgenomen in een inrichting. Daar was er, tegen het beleid in, geen toezicht op hem. Hij benam zich daarop het leven.
Dit gaf natuurlijk enorme consternatie in het bedrijf. Er waren grote vragen over de gang van zaken, er was een schuldvraag en er heerste algemene rouw onder management en werknemers. In dat klimaat ontstond de behoefte aan een krachtig bedrijfsreglement waarin duidelijk zou worden vastgelegd wat de normen, waarden en regels van het bedrijf waren. Een ethisch reglement zogezegd.
Er waren namelijk bij het nadere onderzoek dat ik toen moest doen nogal wat zaken boven tafel gekomen rond kleine en grote ethische dilemma’s. Is het oké als een onderhoudsmonteur een keer gereedschap mee naar huis neemt? Mag je het kopieerapparaat gebruiken voor een mededeling van de lokale voetbalvereniging (met of zonder vergoeding)? Mag de directeur de schroefas van zijn boot even door de technische dienst laten checken? Enzovoorts, enzovoorts.
Ik heb toen intuïtief gekozen om dit ethische reglement niet te laten worden tot een set zeer concrete regels, met bijbehorende één op één sancties, maar om het te houden bij principes, voorbeelden en procesafspraken. Voor de sanctionering pleitte ik tot een steeds afgewogen oordeelsvorming.
Het proces van opstellen en bespreken van deze set waarden, normen en regels had op zichzelf destijds al een louterend effect, al bleef de wond lang pijnlijk voelbaar. Ik was me toen nog niet eens bewust van de discussie over principes versus regels, maar achteraf ben ik blij dat we niet tot een regelgedreven reglement zijn overgegaan. Ik bewaar ook zeer goede herinneringen aan de gewetensvolle manier waarop vakbonden, ondernemingsraad, directie en personeel hierover met elkaar in gesprek zijn gegaan, onder het motto: “Dit nooit meer.”

Principes of regels
Ik hoop dat de accountants zich niet laten ontregelen door alle recente strenge onderzoeken van toezichthouders en (blijven) kiezen voor gewetensvolle zorgvuldigheid in plaats van risicomijdend vinken.
Ik hoop dat studenten theologie de beste mix van basiskennis en fundamenteel vrijheidsdenken meekrijgen op seminarie en universiteit. Ik hoop dat de Code Verantwoordelijk Marktgedrag met een moreel appèl ook praktische gedragsverandering te weeg brengt. Ik hoop dat ethische discussies in bedrijven over het ‘echie’ gaan, en niet verzanden in komma’s en punten.
Om mijn onvergetelijke oude baas bij de Hodon Groep, (wijlen) Ton Funke Küpper, te citeren toen hij door de regelvaste Ondernemingsraad werd uitgedaagd helderheid over de regels te verschaffen : “U moet kiezen: duidelijkheid of inspraak.”

Bilderbergconferentie VNO/NCW 2020

over de brug komen

midden in het bos roept de redelijke Boer óp
tot diep in de Kelder van de Bilderberg
een brug te bouwen over traag stromende
rivieren van opkomend ongenoegen

de wantrouwende journalist omarmt de barmhartige Marokkaan
op dit podium van geloof hoop en liefde

‘s lands grootste kruidenier kijkt voorbij
de kleintjes bezorgd door de winkelruit
deze scherp gesneden topmanager ziet onverwacht
have-nots en dikkerds buiten staan

strak maakt de Franse sociologe vaste beelden vloeibaar
her narrative interpretation of identity
touches upon semantic illusions
haar brug is zowel open als dicht

de begrijpelijke professor speelt ook met staande begrippen
op zoek naar houvast maakt hij brede welvaart meetbaar
daagt de macht van de markt uit
kietelt het zitvlees van dit gezeten establishment

de columniste verenigt vele identiteiten
in één leven in één lijf je bent wat je ziet
haar kaleidoscoop toont veel facetten
maar belastingontwijking niet

het duo Hugo en Wouter landt jolig in onze kloof
hun jeugdige bravoure wijkt soms voor het besef
van de noodzaak van de brug
daar staan ze dan
twee keer 80 miljard zwaar
alert
gevat
biertje
vol dadendrang
de reflectie kort
als het debat vuur trekt
kiezen ze de luwte achter Jort

na de lange nacht aan de bar verkoopt
de abt opgewekt zijn Koningshoeven bier vóór de preek
verbindt de oude woorden zo eenvoudig
met ons verlangen nú over de kloof lief te hebben

na de herverkiezing van Jan Peter worden de
brugdelen door Hans de bouwer uitgestald
de monteurs in het forum draaien al
aan vele knoppen in hun middenveld
nu zitten ze breed
vol goede wil
samen zonder haarkloven bij Jort
ideeën woorden plannen stromen volop
wat houdt nog tegen dat er geleverd wordt ?

de één na slimste professor ter wereld heeft de bouwstenen
zichtbaar gemaakt van informatie materie en leven
neemt ons mee diep in het onvoorstelbare universum
vol verbeelding en nieuwsgierigheid begrepen we alles
even

ik heb een droom
de brug is klaar
het geld is keurig nageteld
er is genoeg
we gaan op weg
naar verte die niemand weet
door vuur dat mensen samensmeedt
de overkant is helder in ons zicht
Hans is dit jouw laatste gedicht?

Oosterbeek 8 februari 2020

essay 3 tijd van leven

Tijd van leven

 

Begrip van tijd

We leven in de tijd, die ons bijna als vanzelfsprekend begeleidt terwijl we onderweg zijn. Vanaf onze eerste bewuste beleving is de overgang van dag naar nacht en omgekeerd een gegeven. Een ritme van eten, wachten en slapen voegt zich daar langzaam in, en wat later horen we van de seizoenen, verjaardagen en leren we klokkijken. We leren met de tijd omgaan, maar de vraag “wat is tijd eigenlijk”  is niet eenvoudig te beantwoorden. Tijd is wel in zijn effect te beschrijven, maar éénduidig definiëren is een slag moeilijker.

Als eerste komt boven dat tijdbeleving het verschil tussen verleden, heden en toekomst is. De tijd loopt maar één richting op, en kan niet terug, ook niet teruggedraaid worden. Er zijn wel wiskundige beredeneringen van modellen waarin de tijd in theorie ook kan teruglopen, maar dat wordt naar de huidige stand van de wetenschap als uiterst onwaarschijnlijk beoordeeld. Interessant is dat de beleving van verleden, heden en toekomst tussen mensen aanzienlijk kan verschillen. Zo is in de chinese cultuur het verleden zwaarwegend, en in de amerikaanse cultuur de toekomst, natuurlijk met grote individuele variaties. De laatste jaren is er meer nadruk gekomen op het beleven van het heden, door meditatie, mindfullness, yoga e.d. proberen we het moment in het heden, in het hier en nu, bewust te beleven. En te voorkomen dat het verleden zonder pauze wordt opgevreten door de toekomst.

 

Tijdsbeleving

Er is een subjectieve tijdsbeleving. De jaren van onze jeugd en middelbare schoolperiode lijken vol gestoffeerd met ervaringen en herinneringen, en beslaan een veel omvangrijker tijdsduur dan de jaren als we ouder zijn, waarin de seizoenen veel sneller lijken te gaan. Eeuwenlang heeft de mensheid aangenomen dat er een objectieve, universele, tijd bestaat : de wereld van de natuurkundige Newton kende een driedimensionale ruimte en een universele tijd. In de 20eeuw heeft Einstein met de relativiteitstheorie dat model van denken op losse schroeven gezet. Tijd blijkt relatief te zijn, en samen te hangen met locatie/ruimte, en te veranderen onder invloed van snelheid van beweging en ook zwaartekracht. Deze relativiteit is wel te beredeneren (op zich moeilijk genoeg!), maar toch heel moeilijk invoelbaar, in beelden te vangen, voor ons, eenvoudige stervelingen.

 

Eeuwigheid

Tijdloosheid en eeuwigheid hebben de mensheid altijd gefascineerd, en in religies hebben deze begrippen een vooraanstaande plaats gekregen. Als je onder eeuwigheid niet oneindige tijdsduur bedoelt maar tijdloosheid, dan leeft diegene eeuwig die volledig in het nu opgaat, in het nu leeft. Er zijn beschrijvingen van mensen die zó verdiept geraakt zijn in meditatie dat ze , achteraf, het gevoel beschreven dat de tijd stilstond, dat ze opgingen in het moment. Ook is beschreven in studies van bijna-doodervaringen dat in retrospectief het hele leven in één flits werd herbeleefd. In ons woordgebruik is deze interpretatie bijna ongemerkt binnengeslopen :”het tijdelijke voor het eeuwige verwisselen“ of , nog pregnanter : “uit de tijd zijn”.

Augustinus schrijft over de relatie tussen mens en God als een relatie tussen tijd en eeuwigheid. Wat stelt mensentijd voor in vergelijking met God’s eeuwigheid? Augustinus stelt dat God zich boven de tijd verheft, doch tevens in de tijd staat: uw heden is eeuwigheid, en uw jaren zullen niet ophouden.

In de postmoderne tijd noemen theologen God vaak “ de Eeuwige”, waarmee het tijdsapect een essentieel onderdeel van het Godsbegrip is geworden.

 

Essentie van leven in de tijd

Grip krijgen op het leven, doordringen tot de zin van het leven, heeft m.i.  een begrip van de tijd nodig. Als je het gevoel hebt dat de tijd als zand tussen je vingers glipt, dan is de voortgaande tijd je de baas geworden. En voortgaan zal de tijd. Onvermijdelijk tot aan het einde van het leven. Dat einde is tot op zekere hoogte in de tijd te beheersen, door gezond te leven en door goede medische zorg, te verlengen, ongelukken en ongevraagde ernstige ziektes daargelaten, maar het komt zeker. Is dan je perspectief dat je voordien echt gelééfd moet hebben, alles eruit gehaald, of dat je een goed mens bent geweest voor je naasten, of dat je jezelf, je talenten, je opdracht, verwerkelijkt hebt? Of is je perspectief dat je hergeboren wordt, dat je in het hiernamaals zal worden opgenomen, dat je pas na je leven tot je bestemming komt? Of dat het er niet toe doet?

Essentieel voor leven is het beleven, het handelen, het denken. Met hoofd, hart en handen in het volle leven deelnemen. En voor al deze dingen is tijdsverloop nodig : beleven is per definitie een proces. Zonder tijdsverloop zijn we niet in staat te voelen, te ruiken, te proeven, onze gedachten te laten gaan. Als we ons voornemen diep in het moment in te dalen, het hier en nu ten volle te beleven, fundamenteel na te denken, te reflecteren op goed en kwaad : dit alles lukt slechts onder voortgaande tijd. En die willen we op onze beste momenten vasthouden, beetpakken, niet verloren laten gaan. Liefst stilzetten, maar stilstaande tijd maakt beleving onmogelijk.

Dit is een paradox : om de tijd te overwinnen , moet je intens terug naar het moment, daar het beste van maken : liefde geven, waarde scheppen, voluit beleven, versmelten, bidden, zingen en nog veel meer. En al deze dingen zijn slechts mogelijk dank zij het verloop van de tijd. Die paradox is niet eenvoudig oplosbaar. Dan is het goed om te bedenken dat je dit niet allemaal zelf bewust hoeft te regelen, te plannen , te conditioneren. Je mag er vanuitgaan dat het je zomaar, soms, overkomt, dat het je onverwacht wordt aangereikt, dat het je door anderen wordt doorgegeven. In orthodoxe termen : dat het je als genade wordt toebedeeld. In existentiële woorden : dat het je toevalt.

 

Pijn

Soms werkt de tijd schrijnend. In onze vriendenkring heeft een jonge moeder de diagnose uitgezaaide   kanker te horen gekregen. Plotseling staat er een streep getrokken tussen haar en het leven: haar tijd is beperkt en bezwaard. Haar familie staat van de ene op de andere dag in de verzorgingsstand, zij wordt geconfronteerd met pijn, onzekerheid en het naderende einde. Wat staat er nog te doen, te beleven, te denken? Geloof, hoop en liefde, zeg ik Paulus na en van deze het meest de liefde. Van haar familie, haar naasten en, op afstand, maar zeker ook, van ons. Maar de pijn blijft steken.

 

Tijd gebruiken

Tijd van leven : zolang we leven is de tijd erbij, erin, er doorheen. De tijd is beperkt, maar de tijd is ook het unieke voertuig voor het beleven van de essenties die het leven bepalen. We weten niet wat tijd precies is, we hebben geleerd naar de klok te kijken, we meten de tijd met een atoomklok tot op microseconden nauwkeurig, maar als we niet opletten stroomt hij als water naar de zee. Wat we met die tijd, in die tijd, doen doet ertoe. Het is niet gedetermineerd door de natuurwetten, het ligt niet geheel vast in onze genen en ons onderbewuste : er is wel degelijk ruimte voor eigen beslissingen over wat je doet in en met je leven. Deze vrijheid is kostbaar, en het is de moeite waard er meer mee te doen dan “ op vrijdagavond te basaalmetaboliseren voor de buis aan een infuus met borrelnootjes”. Overigens : natuurlijk heb ik niets tegen af en toe laag bij de gronds ontspannen, maar als het dominant wordt in de levensstijl, dan zou ik me zorgen gaan maken. Laat die vrijheid ook weer niet als een dure verplichting, als een zwaard van Damocles, boven je hoofd hangen : je keuzes tellen echt, ze doen ertoe,maar je mag je laten leiden door je gevoel en je verstand en ook wel door het moment, en door je omgeving, en ook door de onverwachte aanraking die je af en toe overkomt. Dan “weet” je ineens : dit is een essentie, dit is waarvoor ik leef. Voor sommigen heet dit “aangeraakt door de Eeuwige”, voor anderen “existentiële beleving”, of “zelfverwerkelijking”.

 

Tijd van leven

Onze tijd hier op aarde is beperkt, maar is tegelijkertijd ons grondmateriaal , een noodzakelijk instrument, een unieke kans, een opdracht wellicht, om er iets van te maken en we mogen hopen om in die missie opgetild te worden.